Preek 3 april 2011

In het voorbijgaan
Preek over: 2 Kon. 19: 14-19, Joh. 9:1-13
Paaskerk Baarn, 3 april 2011
Ds. M.M. Kool-Mout

Eens kwam de rebbe van Krakau de kamer in waar zijn zoon in diep gebed verzonken was.

In de hoek van de kamer stond een wiegje. In de wieg lag een kind, het huilde onbedaarlijk hard. De rebbe vroeg zijn zoon: hoor je niet dat je kind ligt te huilen?

De zoon antwoordde: Maar vader, ik was diep in gebed verzonken...Wie in God verzonken is, zegt de vader, ziet zelfs de vlieg die op de muur kruipt...zo vertelt Abel herzberg in ‘Brieven aan mijn kleinzoon’.Waarom ik u dit verhaal vertel? Omdat het zo mooi illustreert waar het in de beide lezingen van vandaag om gaat.  Want het gaat het om zien. Zien wat is.

Zo zien, dat je leven lichter wordt. Dat zien vormt de sleutel van het verhaal van Jezus en de blinde en Hizkia bidt erom: dat God zijn ogen opent en zal zien...

zich zal laten zien, als de Ene God van alle mensen, alle koninkrijken.

De Eeuwige is mijn sterkte, betekent zijn naam. En op die naam wordt Hizkia bevraagd...

Wat is dat toch voor een vertrouwen Hizkia, waarmee jij vertrouwt?

Zo opent Sanherib het gevecht met deze goede koning van Juda. De dreigbrieven die Sanherib stuurt, ze proberen zijn vertrouwen te ondermijnen. Sanherib wil hem angst aanjagen. In verwarring brengen, weet je dan niet waartoe ik in staat ben...zegt hij,

je hebt toch wel gezien hoe ik je voorgangers heb afgevoerd,je weet toch dat ik hen en hun goden heb kleingekregen?

Wat doet een mens in angst? Wat doe je als je wordt bedreigd? Die dreiging, kan bestaan grootmachten van buiten, zoals in dit verhaal,maar het kan ook binnen in ons zelf gebeuren, dat angst ons aanvliegt. Dat je je bedreigd voelt, door een ernstige ziekte die zich zomaar in je heeft genesteld.Waar je misschien tegen wilt vechten, maar je weet niet of je dat wel kunt of je er de kracht wel voor hebt en of het wel zin heeft...Of het zijn ervaringen van vroeger die rondspoken van binnen, die je uit je slaap houden, die maken dat je nu nog steeds nauwelijks iemand durft te vertrouwen. Wat doe je als er van buiten af, of binnen in je ziel, stemmen opklinken, die verwarring en angst zaaien. Die je proberen af te halen van waar je ten diepste in gelooft, wat je vertrouwen geeft?  Hizkia zoekt dan het aangezicht van God, zo vertelt dit verhaal. Hij gaat met de dreigbrieven die hij ontvangt van Sanherib, naar het huis van God.

Stil legt hij ze daar neer.  Die lasterlijke, dreigende taal waar ze vol mee staan,

hij wil de woorden niet eens uitspreken. Alsof hij zeggen wil: God zie het zelf maar...hoe er over u geschreven en gesproken wordt. hoe wij worden belaagd...Leen ons uw oor. Open uw ogen en zie...Heer ontferm U...Zo legt Hizkia zijn leven bloot voor de Eeuwige, hij bidt. Hij bidt zijn gebed om ontferming.

Een prachtig beeld wordt ons hier geschetst,

van een kwetsbaar mens, die houvast zoekt terwijl er aan zijn grondvesten wordt gerammeld.

Van iemand die een adres zoekt voor zijn vragen, voor zijn angst, iemand die omgang zoekt met God...om op koers te raken, te blijven. Wat is het vertrouwen waarmee jij vertrouwt Hizkia? En we zien hoe Hizkia zich wendt tot een God die ervaren wordt als Een die ziet.

van wie in harten van mensen gesproken heeft:

toen, ooit, en ook nu: ik heb gezien de ellende van mijn volk. Ik daal af, om te bevrijden...

 

Zien is alles zien, het huilende kind, de vlieg op de muur. En dat dan niet aan kunnen zien, net zoals God dat niet kan aanzien. Dat is volgens de Thora bidden, oefenen in zien zoals God ziet, in weten wat God weet. Bidden, dat doe je niet om God te instrueren, maar om je eigen hart te laten construeren. Zo bidt Hizkia om inzicht, om houvast om wijsheid.  Wie bidt, geeft zichzelf, vertrouwt zich toe, bidden om een open oog is ook jezelf zo willen geven. Tegen alle weerstand in, je open opensperren en je niet afwenden...ook al is het eigenlijk niet om aan te zien. Zien is inzicht willen krijgen in hoe het in onze wereld gaat, hoe de macht is verdeeld, wie de sterken zijn en wie kwetsbaar. Zien wie buiten de boot vallen, niet meekomen met de vaart der volkeren...zien wie slaaf zijn en wie heersen En wat je dan ziet, op je laten inwerken,Inzicht willen krijgen, en dat dan het oefenen in je relaties, wat je ziet laten meespelen in je politieke keuze, in de prioriteiten die je stelt.Het is het betrokken zien, in wat je wel en niet in huis haalt, waar je je aan verbindt. En waar dat gebeurt, gebeurt iets van God. Leven mensen op. Dat zien we ook in het verhaal van Johannes. In het voorbijgaan ziet Jezus een mens die blind was sinds zijn geboorte en nog nooit licht heeft gezien. Er is natuurlijk met deze mens meer aan de hand, dan dat zijn ogen het niet doen. Want wanneer Johannes een verhaal vertelt, staat er altijd meer dan er staat. Zit de betekenis verpakt in allerlei lagen. Met deze mens is dan ook meer aan de hand, dan dat hij geen hand voor ogen ziet...hij ziet niets van God. Het is donker, hij tast in het duister. En daarin is hij niet alleen. Er zijn er meer zoals hij. Hij kan wel voor een heel volk staan. En ook u en ik kunnen ons zelf herkennen in hem. Misschien herinnert zijn verhaal ons wel aan momenten in ons eigen leven. Dat je er zo naar verlangde iets meer te ervaren, iets meer te zien van die bron waar je uit wilt leven maar die op sommige momenten zo door andere dingen wordt overspoeld.

 

Daar zit de blinde man. Bij de tempel, hij bedelt om zijn bestaan. Het is sabbat.

En dan overkomt hem iets bijzonders. Jezus gaat voorbij.

Voorbij gaan, dat heeft in de bijbel met God te maken. Denk maar aan dat verhaal waarin God tegen Mozes zegt; ‘je kunt mij nooit van voren, in mijn gezicht zien.

Alleen in het voorbijgaan. Van achteren.’ Zoals mensen soms achteraf, wanneer een moeilijke periode achter hen ligt, kunnen zeggen, ja daar, toen even voelde ik mij gedragen,

werd ik gezien...misschien was dat wel iets van God in mijn leven...Voorbij gaan heeft te maken met God en met God als bevrijder. Pasen herinnert daaraan. De nacht waarin het volk Israël werd bevrijd uit Egypte. En hij de huizen van de Israëlieten voorbij ging, hun leven spaarde en hen begeleidde naar nieuw leven.   Zoiets overkomt de blinde mens.

Jezus gaat voorbij en ziet hem.Dat is iets wat hij niet vaak ervaart. De mensen, ze lopen langs, praten veel, niet met,  maar over hem. Hoe zal het komen, dat hij blind is? Het zal wel zijn eigen schuld zijn...of die van zijn ouders...Maar Jezus rekent af met die theologie van schuld en boete...met de gedachte van:  je zult het er zelf wel naar gemaakt hebben. Sommige dingen heb je zelf de hand in, maar er zijn ook dingen die je overkomen. En zou het echt zoveel helpen als je weet wat de oorzaak precies is van je ziek zijn, je lijden, je gaan in het donker. Jezus kijkt niet terug maar liever vooruit:Hoe kan deze mens die in het donker leeft, weer aan het licht komen? Dat is waar het hem omgaat. ‘hij heeft niet gezondigd, zijn ouders ook niet....

Gods werk moet in hem zichtbaar worden’ zegt hij. En dat werk kan niet zonder mensen...Daarom gáát Jezus aan het werk. Hij maakt wat modder, met aarde en speeksel, en de woorden en daden die volgen, doen denken aan het beeld van hoe God de mens boetseert van aarde en water, het scheppingsverhaal zoals Genesis dat vertelt. Jezus strijkt de klei op de ogen van de blinde, en zegt hem het water in te gaan. Dat water staat hier voor de bron waaruit je put, levend water ... dat maakt dat je zelf een bron kunt worden van leven...Dat is wat de blinde mens in het water overkomt. Zijn ogen gaan open. In het water gaat deze mens een licht op. Wordt hij herschapen. De mensen kunnen het niet geloven. Hij zal wel niet echt blind geweest zijn...klinkt het sceptisch...het zal wel een ander zijn die op hem lijkt...

Ik ben het echt...zegt hij dan. En zo gebeurt wat Jezus al eerder aangaf: in deze mens moet God zichtbaar worden. Ik ben het...Gods naam klinkt door in zijn nieuwe bestaan Ik ben,  ik zal er zijn, wordt tastbaar in deze mens. Hij is gezien en gaat zien ...waar dat gebeurt, is de Eeuwige nabij. Zo zien, dat leert dit verhaal, moet je aan je willen laten gebeuren. Een proces is het dat tijd vraagt en groei. Wanneer God voorbij gaat, gebeurt het ongedachte ...Wie gezien wordt, ontdekt, ik mag er zijn. En gaat zelf anders zien.

En dan heb je, dan breng je toekomst. Wie dat zoekt,

moet die woorden van Oosterhuis maar vaak voor zichzelf herhalen, zingen of bidden:

Wek mijn zachtheid weer,

geef mij terug de ogen van een kind,

dat ik zie wat is,

mij toevertrouw en het licht niet vrees.

Want dan zul je leven in zijn Naam: ik zal er zijn voor jou.

Dat zo ook in ons Gods naam, Gods werk zichtbaar mag worden.