Preek 12 februari 2012

De torrie van Mattie, het evangelie naar Matteüs in straattaal
Preek over  Matteüs 5: 1 - 48
Paaskerk Baarn, 12 februari 2012
Ds. C. Kruijswijk Jansen

De overdenking gaat steeds uit van een tekstgedeelte, daarna volgt een opvatting van de predikant, dan twee opvattingen van catechisanten. De kerkgangers worden steeds uithgenodigd een keuze te maken tussen de drie opvattingen
Mattie 5: 21 - 24 “Jullie weten wel dat je niemand mag vermoorden. Wie iemand vermoordt, kan dat gaan uitleggen voor de rechter. Maar Ik vertel jullie de real shit: iedereen die helemaal mad wordt en uit zijn dak gaat tegen een ander, kan dat gaan uitleggen aan God de Rechter. Als je iemand uitscheldt voor “loser”, zul je het moeten uitleggen voor de rechtbank van God. Als je iemand “loko!” noemt, kom je voor het vuur van de vuilnisbelt te staan, waar het vuilnis verbrand wordt, waar je geroosterd wordt boven de vlammen van de hel. Als je een gebed gaat doen of een kaarsje gaat branden en je bedenkt je dan dat iemand nog een beef met je heeft, w8 dan met je gebed en ga het eerst fixen. Maak het goed met elkaar.”
“Niet doden” Albert Schweitzer deed nog geen mug kwaad. Als hij in het ziekenhuis in Lambarene een insect vond, schoof hij et op een papiertje en bracht het naar buiten. Eerbied voor het leven, noem je dat. Zo’n insect is iets van de schepping, iets van God, daar heb je eerbied voor. Dat is bij mensen nog duidelijker. Een mens is naar het beeld van God geschapen, een mens doden, is iets goddelijks kapot maken. Dat kan en mag dus niet. Zo gaat Jezus er ook mee om, ingrijpender eigenlijk, want hij benoemt de bron van alle ellende: de woede, het uitschelden, het intens beledigen. Als je daarmee begint, eindigt het in moord. Blijf het dus voor!
Ja maar, stel dat je een voetbalwedstrijd hebt en de scheidsrechter neemt en ontzettend stomme beslissing zodat je de wedstrijd verliest, je zou hem niet doden, maar je zou hem toch verrot willen schelden. Niet doen, zegt Jezus.
Ik zou hem denk ik ontzettend op z’n lazer geven (als ik dat durfde), en ik zou hem alle beelden van de wedstrijd terug laten kijken, om hem te laten zien hoe stom hij gedaan had, niet om het te kleineren, maar om hem scherp te houden. En dan zou ik hem een nieuwe kans geven om een volgende wedstrijd te fluiten, want: in wezen is het een goeie vent! Wat vinden jullie?
Meningen van catechisanten: 
A. Als een randdebiel van een scheidsrechter zulke stomme beslissingen neemt en ook de grensrechter niet uit z’n doppen kijkt en twee zuivere doelpunten afkeurt, moet hij zijn fluitje aan de wilgen hangen. Schelden mag in zo’n geval.
B. Je mag nooit lelijke dingen over de scheidsrechter zeggen, iedereen maakt wel eens een foutje.Fair play is dat je, ook al heb je verloren, hem toch bedankt en een hand geeft.
Wat vindt u?
Mattie 5: 27 - 32“Je weet wel dat je niet vreemd mag gaan. Maar Ik zeg jou: als je naar een chimeid kijkt en haar met je ogen uitkleedt, dan ben je in je hart al vreemdgegaan. Je kijkt en je denkt dat je nix verkeerd doet. Think again. Of je het nu in je hoofd doet of in het echt, dat maakt voor God niet uit, want je hebt het in je hart al gedaan. Dus als je oog je op de verkeerde weg brengt, trek dat oog dan uit je hoofd en gooi het weg! Als je hand je op de verkeerde weg brengt, pak een niffie en hak je hand af! Want je kunt beter één lichaamsdeel verliezen dan met heel je lichaam in de hel gegooid worden. Er wordt gezegd: wie van zijn vrouw af wil, moet maar scheiding aanvragen. Maar ik zeg het harder: als je je vrouw dropt, press je haar tot vreemdgaan. En als je een relatie begint met een vrouw die door een ander is gedumpt, ga je zelf vreemd.”
“Geen overspel plegen” Het gaat hier niet allereerst over scheiden. Dat is, hoe verdrietig ook, soms onontkoombaar. Het gaat over overspel, over vreemdgaan. Het bekende verhaal van Batseba, die zich staat te wassen. Koning David kleedt haar met haar ogen uit, roept haar bij zich en vrijdt met haar. Hij heeft haar in zijn macht. Maar Batseba is niet vrij, zij is een getrouwde vrouw. Dan wordt haar man Uria uit de weg geruimd. Ook een machtsdaad. Je kunt heel wat stukmaken als je de vriendin van je vriend afpakt, of in het huwelijk van een ander inbreekt. Dat brfengt zoveel pijn en verdriet met zich mee. Jezus zegt daarover: Blijf het vóór, als je oog op iemand valt, ruk het dan uit, als je je hand naar iemand uitsteekt, hak hem dan af.
Dat zouden niet mijn woorden zijn. Ik zou liever zeggen: Als je voor iemand helemaal warm wordt, als verliefdheid je zo te pakken neemt voor iemand die niet vrij is, gebruik dan je verstand. Loop liever een straatje om. Wat vinden jullie?
Meningen van catechisanten: 
A. Daar heb ik niets over te zeggen, dat moet ieder voor zichzelf weten. Als ik een leuke getrouwde man zie, kijk ik er ook zwoel naar.
B. Mijn vriendin mag alleen met vriendinnen afspreken, dan kan ze ook niet in de verleiding komen. Als ze uitgaat, ga ik mee.
Wat vindt u?
Mattie 5: 33 - 37 “Er zijn mensen die zeggen: “Als je zegt ‘ik zweer!’, dan mag je niet liegen.“ Maar ik vraag je: waarom zeg je eigenlijk “ik zweer”? Je moet helemaal niet zweren! Niet bij God, niet bij je moeder, niet bij je stad, niet bij jezelf. Het leven is van God, blijf er van af. Beter laat je je ja ja zijn en je nee nee. Als je er allemaal dingen bij moet verzinnen om jezelf sterker te maken, omdat mensen je anders niet geloven, dan klopt er iets niet.”
“Niet zweren” Zweren is met twee vingers in de lucht zeggen”Wat ik nu zeg is waar, God is mijn getuige”. Jezus zegt: Dat moet je niet doen. Waarom niet: voor je het weet spreek je de waarheid niet, dan lieg je en pleeg je meineed. Je moet niet suggereren dat je met een hogere macht erbij de waarheid spreekt. Ja maar, hoe weet je dan dat iets waar is. Dat weet je niet, dat kunt je slechts hopen, daar kun je alleen maar op vertrouwen. Jezus zegt: Daar moet je niet God voor spannen. Jijzelf staat garant voor je waarheid, jijzelf moet betrouwbaar zijn. Laat je Ja Ja zijn en je Nee Nee.
Ik vind het niet verkeerd om te zweren, dat heb ik destijds ook gedaan toen ik ambtenaar was om m’n studie te betalen. De eed afleggen heeft voor mij te maken met hoop, met het diepe verlangen dat je een betrouwbaar mens wilt zijn. Wat vinden jullie
Meningen van catechisanten: 
A. Ik ga altijd naar de kerk, dat heb ik mijn moeder beloofd. Behalve als ik uit ben geweest, toetsweek heb, een drukke week achter de rug heb, ergens anders blijf slapen, moet werken, geen zij heb, of zoiets.
B. Ik zou bergen verplaatsen om mijn beloftes na te komen. Ik doe wat ik zeg.
Wat vindt u?
Mattie 5: 38 - 42 “Op straat wordt er gezegd: “Oog om oog en tand om tand.” Je weet zelf. En Ik zeg je om niet terug te vechten tegen wie je kwaad doet. Als iemand je op je rechterwang slaat, keer hem dan ook je linkerwang toe. Als iemand een proces tegen jou voert en je helemaal uitkleedt, geef hem dan ook je nieuwe patta’s en je flexe Nike gear. Als een popo je prest om een kilometer met hem mee te lopen, loop er dan twee met hem mee. Als iemand je iets vraagt, geef het hem dan. Als iemand doekoe wil lenen, leen hem dan doekoe.”
“Oog om oog” Als iemand je intens beledigd heeft, of gekwetst, zou je dan geen wraak willen nemen? Ja, wraak nemen kan heerlijk opluchten, lekker teruggepakt. Maar daarna? Dan komt de ontnuchtering. De gene die je zo diep gekwetst heeft, is er nog, en wat er gebeurd is, is er nog steeds. Dat gekwetste gevoel blijft, en voor je het wet gaat dat een eigen leven leiden, en over je heersen. Jezus zegt daarover: Laat het niet over je heersen, heers er zélf over. Alleen jíj bepaalt hoe je er mee omgaat. Hoe je dat doet? Jezus zou zeggen: Als iemand je slaat, geef dan de gelegenheid om nog eens te slaan, als iemand je iets afneemt, biedt dan nog iets aan, of als iemand je tot iets dwingt, doe dan meer dan dat.
Ik denk dat dat te hoog is voor mij. Ik denk dat als iemand mij zo gekwetst had, ik zou bedenken dat diegene zelf ook een kwetsbaar mens is; zo ook die iemand die jou een hak heeft gezet: dat is zelf ook iemand die kan struikelen. Dus maak er een gewoon mens van, dan zal die je niet langer beheersen.
Meningen van catechisanten: 
A. Als iemand mij kwetst, zet ik hem voor lul voor de hele groep!
B. Wanneer iemand mij beledigd heeft, denk ik maar dat hij zijn dag niet had.
Wat vindt u?
Mattie 5: 43 - 48 “Je hebt misschien gehoord dat er wordt gezegd: “Hou van je naaste en haat je vijand.” Wie is je naaste? Je buurjongen, je klasgenoot, je collega, je mattie van de straat. Maar Ik zeg jullie: Hou van je vijanden en bid voor je haters. Alleen dan ben je echt een kind van je Vader in de helemaal. God geeft regen en zonneschijn aan goede en slechte mensen. Hij behandelt iedereen gelijk. Wie ben jij dan? Vind je jezelf heel wat als je houdt van de mensen die van jou houden? Lekker makkelijk. Dat doet iedereen, ook de mensen die God niet kennen. Als je alleen chill bent met je eigen mensen, wat voor speciaals doe je dan eigenlijk? Dat doet iedereen gelovig of ongelovig. Ik zeg je: wees perfect, zoals je Vader in de hemel.’”
“Je naaste liefhebben, je vijand haten” Je naaste moeten liefhebben staat op bijna iedere bladzijde van de bijbel. Je vijand moeten haten staat nergens in de bijbel, dat moet een vergissing zijn. Ik denk dat Jezus bedoelt: als je van je naaste houdt, hoe moet je dan omgaan met wie je vijand is? Kun je die liefhebben, kun voor hem of haar bidden? Ik denk dat het een van de moeilijkste woorden van de bergrede is, om iemand die zoveel bij je kapot heeft gemaakt lief te hebben en voor te bidden. Jezus zegt dan: Bedenk dan wie die vijand is, leef je een moment in in zijn wereld, voel wat hem of haar drijft. Dan zul je ontdekken, dat het ook een mens is, een mens die ook door God is geschapen. En weiger vooral zélf vijand te willen zijn!
Ik vertaal dat zo: Probeer in ieder mens iets menselijks te zien, iets van God, dan bouw je bruggen.
Meningen van catechisanten: 
A. Als iemand van een politieke partij zo’n hatelijke,, valse, denigrerende uitspraak doet, kan k niet van diegene houden.
B. Als je als legerarts in Afghanistan werkt, moet je ook met liefde mensen van de Taliban verplegen.
Wat vindt u?
“Zalingsprekingen” We hebben de kern van de Bergrede doorgenomen. Het is een visioen, waarvan je hoopt dat het werkelijkheid zal worden, het visioen dat er genoeg brood en liefde zal zijn voor ieder, het verlangen dat de ene mens de ander tot zegen zal zijn. Zou het er ooit van komen? Dan hoor je Jezus zeggen: Luister, je doet het niet alleen, er is er Een die met je meegaat, Een die zegt ‘Ga maar, ik ga met je mee’. Daarom begint de Bergrede ermee dat je ‘zalig’ wordt gesproken. Als een bemoediging. Zalig ben je, ga maar op weg. God ziet wat in ons, Hij heeft vertrouwen in ons. Nel zal de Zaligsprekingen nu lezen.
Mattie 5: 1 - 12  “OK, al die mensen liepen dus achter Jezus aan. De revolutie was begonnen. Iedereen praatte nog maar over één ding: Jezus en zijn koninkrijk van God. Het was lekker weer. Jezus zag al die mensen. Hij klom op een berg en ging zitten. Z’n matties gingen om Hem heen zitten om alles goed te kunnen horen. Toen ging Jezus uitleggen hoe het is in het koninkrijk van God. Hij ging zijn grondwet uitleggen. Zijn revolutie. Het was zijn troonrede, net als op Prinsjesdag, je weet toch, als Bea op haar troon zit. Alleen zat Jezus gewoon in het gras. Jezus zei:
‘Luister dan mensen, gelukkig ben je als je skir bent. Want dan heb je God nodig of no. Ja, gelukkig ben je als je een skirre mind hebt, als je weet dat je niet zo veel voorstelt, als je geen bigi fasi hebt voor God. Gelukkig ben je, wanneer je weet van jezelf: hey, ik ben fokop. Voor zulke mensen is het koninkrijk van God. 
Gelukkig ben je als je verdrietig bent en down! Want er komt een dag dat God je zal troosten. 
Gelukkig ben je als je vriendelijk en rustig bent met iedereen, in plaats van brutaal en hard. Want voor jou is de hele wereld. 
Gelukkig ben je als je onrecht en corruptie haat. Gelukkig ben je als je eerlijkheid en rechtvaardigheid voor iedereen net zo belangrijk vindt als eten en drinken. Want God zal voor zulke peeps zorgen.
Gelukkig zijn de peeps die zorgen voor andere mensen. Want God zal voor zulke peeps zorgen.
Je bent een gelukkig mens als je schoon en puur in je hart bent, want dan ga je God zien. 
Gelukkig zijn de peacekeepers en die vriendenmakers. Want deze mensen zullen kinderen van God genoemd worden. 
Gelukkig ben je als je vervolgd wordt en mensen je leven hard maken, omdat je de wil van God doet. Want mensen zoals jij zullen de code van de deur naar het koninkrijk van God krijgen. 
Gelukkig ben je als haters jou uitschelden, dissen en slechte dingen over je praten omdat je voor Mij kiest. Als je zo bent, wees dan blij, shout, jump in de lucht en holler, party people! Want jullie zullen een megavette bonus krijgen in het koninkrijk van God. Jullie zullen als laatsten lachen en wie het laatst lacht, lacht het best!
Check het maar, precies zo hebben ze gedaan met al mijn profeten die voor jullie leefden.”
 
Amen.