Preek 17 april 2011

Wat zie jij als je naar mij kijkt?
Preek over: Mattheus 21:1-11
Paaskerk Baarn, 17 april 2011
Ds. M.M. Kool-Mout

Wie is het die hier intocht houdt? zo zongen we net. (gez.120:1) En sinds Jezus’ leven op aarde vragen mensen zich dat af. En steeds in alle tijden, op alle plaatsen hebben mensen gezocht naar een antwoord. Steeds opnieuw is Jezus’ betekenis ingevuld, is hij zogezegd ‘veelbetekenend’ gemaakt. Als voorbeeld, als inspirator, verlosser, hij die verzoening teweeg bracht, in en tussen mensen, tussen mensen en God. Overal en altijd zijn er antwoorden gezocht en gevonden, zo, dat mensen in hun eigen tijd en cultuur, een relatie met hem konden hebben. Hem konden herkennen, zijn verhaal een plaats konden geven in hun eigen leven. Stef Bos, een Nederlandse zanger die u misschien wel kent,

probeerde zich in hem, in Jezus zelf te verplaatsten. We horen Jezus, op een moment in de laatste week van zijn leven. Kees de Bruijn zingt nu eerst zijn lied: Het lied van Jezus en Judas van Stef Bos

Ik zie de afstand in jouw ogen.

jij doet alsof ik niet besta.

We hebben zij aan zij gestreden.

Nu staan wij tegenover elkaar.

Wij hebben elk een kant gekozen,

dat is de prijs van de gewoonte, de val van vanzelfsprekendheid.

Jij ziet alleen nog wat je zien wilt als je naar mij kijkt.

Het is misschien de loop der dingen,

want elk vuur wordt ooit geblust.

ik voel hoe wij elkaar ontwijken.

we wachten op de judaskus.

Wij hebben elk een kant gekozen.

dat is de prijs van de gewoonte,

de val van vanzelfsprekendheid.

jij ziet alleen nog wat je zien wilt als je naar mij kijkt.

 

Aan het begin van deze Stille Week, wil ik daar met u bij stil staan.

Wie zien wij, wat zien wij, als wij kijken naar Jezus?

Want, vandaag houdt Jezus intocht.Een feest wordt ingezet. Een feest waarvan we weten hoe de vreugde zomaar kan omslaan in een grimmige toestand. Het lied zomaar kan omslaan van: Heden hosanna, in: morgen kruisigt hem.

Het is een vreemd, vertrouwd verhaal. We kennen het wel. De een misschien wat langer dan de ander – Op een of andere wijze zijn we ermee verbonden geraakt,  met het verhaal van deze mens. Jezus van Nazareth. We weten hoe hij een en al liefde was.    Vol mededogen. Bewogen. Eén met de armen.

Hij wilde dat ene: dat armen niet meer arm zouden zijn. Dat wie bang is, blind, kreupel op hun benen zouden worden gezet.En dat wilde hij niet alleen, hij dééd het ook.Hij gaf mensen met lege handen weer houvast,de randbewoners, mensen in de goot, weer een plek.

Wat hij wilde, wat hij deed, vond hij dat iedereen moest willen: jezelf geven, met heel je hart.

Ook, of misschien moet ik wel zeggen, juist aan het vreemde,aan de ander die anders is dan jij,

met wie je niet gelijk vertrouwd bent.Want juist in hem, in haar die jou onthutst, die jouw beroert,

zul je iets van God ontmoeten. Een vreemd vertrouwd verhaal is het, van Jezus die intocht houdt.

Wij hebben elk een kant gekozen. dat is de prijs van de gewoonte,de val van vanzelfsprekendheid.

jij ziet alleen nog wat je zien wilt als je naar mij kijkt. zo zingt Stef Bos. En zo gaat het, als je al wat langer met iemand optrekt. Als iemand je vertrouwd wordt, dan is er steeds meer, of soms iets anders voor nodig om verrast te worden, verbaasd te zijn. Geraakt te worden.

Wat zien wij, als wij kijken naar Jezus? Wat we willen zien? Het vertrouwde of het vreemde? Willen we ons door zijn verhaal laten ontregelen? Ons er aan verbinden?  Kunnen we dat? Onszelf geven,de ander in het licht plaatsen. Want zoveel is duidelijk, daar gaat het Jezus om. Niet om hemzelf. Maar om de a/Ander. Niet of je je wel houdt aan de regels, aan de wet, of je wel vroom genoeg bent.Het gaat hem om ons hart, ons verstand, ons geweten of we dat willen laten omvormen? In de richting van die nieuwe wereld waar mensen tot hun recht komen.  Hij wilde wat bijvoorbeeld Nelson Mandela wilde in Zuid Afrika,of Ghandi in India:  zonder geweld een nieuwe wereld mogelijk maken. Hij wilde een land dat toebehoort aan wie er wonen en werken en leven: een volk dat stem krijgt, invloed op hoe de dingen gaan. Hij wilde wat al die betogers op de pleinen in Tunesië, in Egypte, in Libië wilden: een vreedzaam einde aan corruptie. Hij deed wat moeder Theresa deed in India. Mensen uit de goot vissen.

We zien soms iets van hem terug in mensen die we kennen, in wie luisteren naar het verhaal van een ander, zonder aan de rafels en scherpe randen voorbij te gaan. In wie moedig opstaan als ze iets zien of horen wat niet deugd...in wie dapper protesteren wanneer mensenrechten worden geschonden,ook al voer je die strijd, met nog een maar een handjevol mensen...in wie wonden verplegen.

Jezus staat op het punt Jeruzalem binnen te gaan. Het Paasfeest nadert. Het feest van Israels roeping, zijn exodus, bevrijding. Het feest waarin herdacht, gevierd, beleefd wordt, waartoe een mens bedoeld is: Uit Egypte weg te trekken. Uit doodsland, uit angstland, want dat betekent Egypte in het hebreeuws. Daar moet je vandaan, want je bent bedoeld om te leven. Dat is je bestemming, je roeping. Maar het volk hoort niet zoveel meer. Het was misschien de loop der dingen...Elk vuur wordt ooit geblust...dat is de prijs van de gewoonte...Maar dan komt deze zoon van David...nu zal alles anders worden.Als hij Jeruzalem binnenkomt, vertelt Mattheus, beeft heel de stad...zo staat het er letterlijk. Alles raakt in rep en roer. Jezus, zo wordt duidelijk,roept het beste in mensen naar boven - en het slechtste. Er zijn er die hem niet moeten. Die niet geloven in die nieuwe wereld, er niet aan willen,

waarschijnlijk omdat het hun huidige hachie, hun bevoorrechte zal kosten. Er zijn er ook die meer van hem willen weten. Geraakt door de mens wie hij is. Ze voelen aan, in deze mens wordt iets zichtbaar van dat geheim van God, van die grond die ons leven draagt. Zij zullen veel van hem verwacht hebben,maar niet dit, dat die nieuwe koning, zo de stad zou binnenkomen. Op ezeltjes. Het rijdier van de armen. Twee ezels, een moeder en haar veulen, heeft hij nodig, om te laten zien waar zijn koningschap voor staat. Nee, Jezus zit niet hoog te paard, zoals koningen dat deden in zijn dagen. Paarden werden ingezet in tijden voor oorlog, de tanks van nu zeg maar. Met deze ezels maakt hij duidelijk, dat zijn koningschap niets met geweld van doen heeft. Daarom die ezels, als teken van vrede. Om de mensen op een ander been te zetten. De stoet zet zich in beweging. Hosanna! gezegend hij die komt in de naam van David, zo klinkt het uit de mond van de mensen die wel wat in hem zien...en wat later zullen de kinderen in de tempel dit luidkeels beamen. Hosanna, redt ons toch, betekent dat. Maak ons vrij. Maar vrij waarvan? Wat verwachten ze nu eigenlijk van hem? Bevrijding van de bezetter? De Romeinen. Bevrijding van angst die alle mensen bij tijden kwelt? Bevrijding van pijn, van dingen die je blijven achtervolgen? Het was een vreemde optocht. Die intocht van Jezus. Het was dan ook een vreemde koning op twee ezels. Wie hij is, we zullen het misschien nooit helemaal verstaan. En de val van vanzelfsprekendheid is er, ook onder ons. Dat we ons dat ook bij deze bekende niet zo vaak meer afvragen. Vertrouwd als we zijn geworden met zijn verhaal; zijn evangelie.Daarom dat lied van Stef Bos. Daarom die kritische Jezus, met zijn refrein: jij ziet alleen nog wat je zien wilt als je naar mij kijkt. Om wakker te blijven, of te worden. Want anders zien we straks inderdaad alleen nog maar wat we willen zien. Een lieve kleine baby Jezus met Kerst. Met Pasen een opgetogen Jezus, die de dood heeft overwonnen.  Maar er is ook een tegendraadse Jezus. Eén die ingang zoekt. In u,  in mij. Mensen zoekt die in zijn spoor verder gaan. De koning die geen koning wilde zijn naar de maat der mensen.

Als je hem bij je binnenlaat, dan loop je kans dat de boel van binnen behoorlijk overhoop wordt gehaald. Dat je veel van wat je vertrouwd is, bij hem moet inleveren. Je voorliefde voor het eigene, het bekende bijvoorbeeld, je denken binnen bekend kaders, of de behoefte dat je precies weet waar je aan toe bent. Je hebzucht, je onverschilligheid, je gezwoeg en geploeter om gezien te worden, je jaloezie om wat een ander beter kan, de angst jezelf te verliezen. Al die dingen die ons zo kunnen bezighouden. Die ons druk kunnen bezetten. Maar dat is godzijdank maar een kant van het verhaal.Het andere is dit: dat je leven mag, bevrijd van dat alles. Met hartstocht en compassie, op de weg van Jezus. In zijn geest. Zo dat er inderdaad concreet dingen kunnen gaan veranderen. Zo, dat je bereid bent goed te kijken, te luisteren, naar wat er om je heen gebeurt, wat jouw rol is in hoe dingen gaan.

In hoe je met anderen spreekt, met wie je vreemd is of juist vertrouwd. Je moet er in gaan staan, zegt het Evangelie. Met vallen en opstaan. Oefenen. Die taal van hoop en vrede. Dan zul je leven. Ontregeld misschien, ontregelend, in ieder geval. Maar wel vrij,om met hart en ziel betrokken te zijn in de beweging van Christus.Een beweging van liefde, hartstocht voor gerechtigheid. Dat we daar in deze komende Goede Week bij stil mogen worden. In de naam van Hem die komt.

Amen