preek ds. Christine v.d. End Kranenburg 14 april 2019 intrede en verbintenis

Overweging voor zondag 14 april 2019, Paaskerk Baarn, Palmzondag, Intrede en verbintenisdienst                    

Thema: ‘Heilige grond’

Teksten: Exodus 3, 1-6 en Lucas 19, 28-40

 Gemeente van Christus, geliefde mensen van God,

 Heilige grond is een onderwerp waar je maar al te gemakkelijk je vingers aan kunt branden. In een week met verkiezingen in Israël, werd dat wel weer duidelijk. Een paar Israëlische jongeren, aanhangers van Likud, werden geïnterviewd over hun stem en ze benadrukten hoe belangrijk het voor hen was dat de politiek oog had voor veiligheid, duidelijke grenzen en vasthouden aan het grondbezit. “Voor mij is Israël het heilige Joodse land en hebben wij het Bijbelse recht om hier te wonen,” zei een van de jongeren.[1]

 Heilige grond… de verhalen die we vandaag hoorden, over Mozes, over Jezus, gaan over die heilige grond. De berg Horeb, of Sinaï, zoals die ook wordt genoemd, de stad Jeruzalem: er zitten verhalen aan vast die de plek heilig maken. En hoe ingewikkeld is dat? Heilige grond is namelijk moeilijk te delen, met andere volken, anders gelovenden, andersdenkenden.

 Dichtbij huis kennen we zo onze eigen versie van heilige grond. Want is de bodem onder de Brexit en Nexit ook niet een soort van ‘heilige grond’ idee? Dat wij, Engelsen, Nederlanders, of vul maar in, een bijzondere plaats hebben om te wonen met een geschiedenis om te koesteren. Zo’n verhaal geeft houvast, het helpt grenzen te trekken waarachter je je veilig voelt, vrij van vreemde invloed en bemoeizucht.

 In een wereld waarin van alles schuift is het ook te begrijpen, dat we verlangen naar een context die vertrouwd en overzichtelijk is. Ieder mens heeft het nodig, eigen ruimte, een plek die beschutting geeft.

Heilige grond… grond die onder druk staat… grond die je moet delen…

Je kunt er maar zo je vingers aan branden. Ieder van ons!

 Maar… wat Mozes overkomt op die berg, dat hij hoort: ‘de grond waarop je staat is heilig’… dat gaat niet over een letterlijk ‘heilige plek’! Het gaat om een ervaring van het heilige. Mozes ontmoet God. En zijn leven krijgt een wending, een andere richting… dat maakt het tot een heilig moment en een heilige plaats.

 Vorige week donderdagavond was ik in een bomvolle kerk in Utrecht waar precies die vraag, naar wat een plaats heilig maakt, ter sprake kwam. De beroemde Engelse theoloog Rowan Williams, tot 2012 aartsbisschop van Canterbury, hield daar een lezing over ‘Urban Spirituality’.[2] En hij vertelde over een spiritualiteit die handen en voeten krijgt in de wereld om je heen. In de stad, maar net zo goed in een dorp. Daar waar mensen zich verbinden, met elkaar, met God, dáár ontstaat ‘holy space’, heilige, betekenisvolle ruimte. Het is ruimte die bevrijdend werkt.

 En het spannende is… de kerk is volgens Williams geroepen die ruimte te maken… ‘The church is the body to make space’. Daar zitten we dan vanmorgen… krijgen we zomaar de vraag voorgeschoteld hoe we zelf het heilige de ruimte geven in onze levens. Als gemeenschap van Christus en persoonlijk. Misschien een nog wel ingewikkelder vraag dan hoe we ons moeten verhouden tot de gedachte van heilige grond en ruimte die we claimen.

‘Let my people go’ roepen, wat een Engelse politicus voorstelde, woorden die Mozes later tegen de Egyptische farao zou zeggen, is een stuk makkelijker dan kijken hoe je ruimte maakt. Ruimte voor verbinding, met anderen en met God.

Dat we iets heiligs ervaren in verbondenheid met andere mensen… daar kunnen we ons nog wel een voorstelling van maken. Maar verbondenheid met God? Met dat wat ons overstijgt? Hoe werkt dat?

Het heilige waarmee Mozes in aanraking komt, is ook niet zomaar te beschrijven. Eerst is er een engel die verschijnt en pas daarna spreekt Gods stem. Het klinkt als een soort droom, een visioen dat Mozes overvalt in een heet en desolaat gebied. Het enige wat daar nog een beetje groeit is een doornstruik. Deze God openbaart zich in het doodgewone… In de openbare ruimte. Holy! Zomaar klinkt er in Mozes’ leven: ‘Ik ben die ik ben. Ik zal er zijn’. De bijzondere naam van God, verbonden met de naam van mensen.

 Zoals Mozes zijn sandalen uitdoet als hij het vuur van Gods Geest ervaart, zijn nabijheid, zo doen mensen hun mantels uit als Jezus op een ezel hen voorgaat, de heilige stad Jeruzalem in. Die blote voeten, de onderkleden… het laat zien hoe mensen zich kwetsbaar opstellen.

 En precies in die kwetsbaarheid stuit je op iets heiligs, iets wat groter is dan jij, iets wat grond onder je voeten geeft en wat bevrijdt, midden in de naaktheid van je bestaan.

 Misschien dragen wij zelf zo’n ontmoeting met het heilige mee in ons hart… een ervaring die ons iets wezenlijks gebracht heeft op momenten dat we op ons kwetsbaarst waren. Dat duwtje in de rug wat maakte dat we onze baan tòch opzegden om ruimte te maken voor iets nieuws. De liefde die we voelden toen we voor een ander zorgden. Iemand die er onvoorwaardelijk voor ons was in tijden van ziekte. Dat we op durfden te komen voor de klasgenoot die gepest werd. In verbondenheid met anderen kan God, het heilige meekomen…

 Misschien verlangen we naar zo’n moment… een ervaring verbonden te zijn met iemand, een ander, die er is en zal zijn. Omdat we klem zitten, of in de knoop met onszelf.

 In het spoor van Jezus kunnen ook wij ruimte maken voor vragen die er toe doen. Voor vragen naar blijdschap en vrede maar ook naar kwetsbaarheid en pijn die er in ieders leven is.

 En hoe bijzonder deze kerk ook, hoe rijk haar geschiedenis… heilige grond zou je kunnen zeggen… de vraag is steeds opnieuw of wij ruimte van betekenis maken voor de mensen om ons heen.

Ruimte waar verhalen verteld worden. Waar mensen mee kunnen doen. Waar gevierd wordt.

Heilige ruimte waar het over het echte leven gaat. Leven met vallen en opstaan.

 Op werkbezoek in Sao Paulo was Rowan Williams op nieuwe vormen van kerk-zijn gestuit. De ruimte die de kerk daar maakte, die enkele priester, dat handjevol mensen, was ruimte in de marge. Het ging er niet om de kerk vol te krijgen, het ging erom ruimte vrij te maken, te markeren, zodat er verbinding kon ontstaan, voor wie dat het meest nodig had.  Het was een verhaal dat me in mijn hart raakte. Als de kerk zó van betekenis kan zijn als er verdriet is, onveiligheid, wanhoop, maar ook geluk. Als de kerk dàn ruimte kan maken voor licht, al is het een enkele kaars. Voor muziek die heelt of je doet dansen. Ruimte voor een hand die je helpt. Voor een oor dat echt luistert.

 En die ruimte maken… dat kan overal… In ons huis. In het bos. Op school. In Mi Casa, su Casa of de Speeldoos. Of gewoon… hier… in de Paaskerk.

 Het begint met kijken en stil zijn, zitten en luisteren. Zoals Mozes. Zoals de leerlingen rondom Jezus. Voordat je een weg van bevrijding inslaat, moet je eerst de situatie verkennen, de mensen leren kennen en de vragen die er toe doen.

 En met die kenmerkende droge Engelse humor benadrukte Williams hoe een geweldige baan zo’n priester heeft: gewoon, niks doen. Zitten en luisteren. Dáár begint het mee. ‘Holy!’, hoor ik sommigen van jullie denken…

 Dat we het allemaal aandurven op de plek die ons gegeven is.

Heilig leven. Amen