Preek van zondag 29/07/2018 van dr. Gerda Hoekveld-Meijer

Preek van zondag 29/07/2018 van Gerda Hoekveld-Meijer

Laat ik beginnen met de vraag van de mensen in de synagoge: waar heeft Jezus  die wijsheid vandaan? Van wie anders dan van zijn vader? Men vraagt zich dat af  in zijn ‘vaderstad’ de stad van Jozef, n.b. een timmerman.

De mensen maken de wijsheid van Jozef en daarmee de wijsheid van Jezus verdacht. Dat komt omdat zij Jozef zien als een timmerman en dat is vreemd! Matteüs introduceert Jozef nl. als een zoon van David en als een rechtvaardige. Dat wil zeggen dat Jozef in zijn ogen een rechtvaardige leider van het volk is. Rechtvaardig in zijn oordeel. De officiële leiders van het volk zijn geen zonen van David; rechtvaardig waren ze evenmin.

Tektoon, een Grieks woord dat meestal wordt vertaald als ‘timmerman’ is in het Eerste Testament de man die uit een stuk hout afgodsbeelden snijdt. “Gij zult geen gesneden beelden maken!” het tweede gebod.  Jozef is in de ogen van zijn ‘kerk’ dus een zondaar! Dat is  de roddel die de mensen over Jozef verspreiden en zodoende de wijsheid van Jezus verdacht maken.  Achterklap. Fake news. Een bekend recept. Men mocht Jozef niet. Waarom eigenlijk niet?

Matteüs verklapt de reden op de eerste bladzijde van zijn boek.  Jozef, ondertrouwd met Maria, had het recht bij wet om de zwangere Maria te laten stenigen. Maar hij ziet van een terechte aanklacht af. Hij spaart daarmee twee levens: Maria en de nog ongeboren Jezus. Hij zet een verordening van Mozes opzij om levens te sparen. Hij is barmhartig. Dat nu is de wijsheid van de rechtvaardige Jozef: De vele verordeningen van de wetgeleerden en schriftgeleerden en desnoods die van Mozes opzij zetten om levens redden. Barmhartigheid staat boven elke wet. Dat heeft Jozef  de kleine Jezus geleerd. Dat is wat Jezus van huis meegekregen heeft en in praktijk brengt. Als een verloren schaap (zondaar) in de put valt op sabbat moet je de sabbatswet schenden.  Dat heeft Jezus volgens Matteüs in ‘hun’ synagoge geleerd (Matteüs 12.9-14). Schendt zo nodig het hoogheilige vierde gebod.

Dit is een vorm van wijsheid die men in de kerk van Jezus’ vaderstad niet leert en ook niet wil leren.  Dat is ook wel te begrijpen. Hun joodse wijsheidsleraren lijken hen immers wat anders te leren. Jezus Sirach is hierin duidelijk.

Verlang je naar wijsheid? Leef dan de geboden na, en de Heer  zal je haar schenken. En:

Wie ontzag heeft voor God houdt zich uit eerbied aan Gods Geboden.

 

Ik kan best begrijpen dat men in de vaderstad van Jezus niets van hem moest hebben. Men ergerde zich dood aan  het soort wijsheid die een leider aanzet de bestaande rechtsorde barmhartig te maken. In de bestaande rechtsorde is de letter van de wet belangrijker dan de geest van de wet.

Neem ons land.  In ons rechtssysteem is de deurwaarde de man die desnoods met geweld schuld vereffent. Ik moet de minister nog zien die de wijsheid heeft het instituut van deurwaarde af te schaffen ter wille van de armen onder ons. Het zou volgens Jozef en Jezus wel van wijsheid getuigen.

Jezus is de laatste zoon van David. Zijn koninkrijk der hemelen - het rijk waar wijze leiders heersen in de geest van de wet - kwam niet van de grond.

Dat van de wijze  Salomo wel. Hij was de eerste zoon van David en zijn koninkrijk reikte van de  Nijl tot de Eufraat - dat is het gebied dat God alle volken van Abraham had toegezegd (vergelijk Genesis 15.18 en 1 Koningen 4. 21-21). De bijbelschrijvers zijn daar heel precies in. Onder Salomo’s bewind heerste er 40 jaar vrede in het Midden Oosten. Dat moet wel aan zijn wijsheid gelegen hebben.

Een van de spreuken die Pien heeft voorgedragen lijkt  op deze vredevorst dus van toepassing.

Ontzag voor de Heer en wijsheid zijn beide een geschenk van God dat vrede brengt.

 

Vrede als product van wijs beleid en ontzag voor de God van de schepping. Europa kent al meer dan 70 jaar vrede. Is dat, omdat haar leiders ontzag voor God en hebben en wijs zijn? Nee toch? En Salomo? Hij wel? Gezien de langdurige vrede zou je het gaan denken.

Maar wat blijkt? Koning Salomo heeft nooit ontzag voor God  gehad en zijn van God gegeven wijsheid heeft hij slechts eenmaal gebruikt. U gelooft mij vast niet. Maar ik kan het bewijzen, omdat de Bijbelschrijver in 9 hoofdstukken vijf uitvoerige voorbeelden geeft (1 Koningen 3 t/m 11).  Ik noem er drie ter wille van de tijd.

 

1)       Vrede is niet altijd het bewijs van wijs beleid. Het Griekse woord Eirènè betekent behalve vrede ook rust - de rust die in het Romeinse Rijk heerste - de Pax Romama - rust dankzij een geoliede bestuursstructuur en een even goed geoliede strijdmachine waardoor opstanden geen kans konden krijgen.  Of  neem de rust die in Joegoslavië heerste onder Tito. 35 jaar vrede. Toen hij  op 4 mei 1980 stierf brak de hel los. Dat gebeurde ook na de dood van Salomo.

 

Salomo had zijn enorme rijk verdeeld in wingewesten, ook Israël was een wingewest. Hij had  Israël in dertien provincies verdeeld. Twaalf (!) provincies moesten de 13e provincie, de koningsstam Juda, voeden. 

De bijbelschrijver heeft de leveringen bijgehouden: per dag werden er ten paleize ruim 40.000 liter meel geleverd, 10 gemeste runderen en 20 weiderunderen. 100 schapen en verder beren,  herten, gazellen, damherten en gemeste ganzen en die kwamen overal vandaan om Salomo’s hofhouding,  zijn 40.000 paarden en zijn 12.000 wagenmenners te voeden. Het volk leed honger, maar een ieder in Juda en (!) Israël had gelukkig wel 1 vijgenboom en 1 wijnstok.  De spot druipt er vanaf.

De vrede van Salomo kwam niet van binnen uit maar was opgelegd door 40.000 wel doorvoede paarden en 12.000 even wel doorvoede wagenmenners.

Het is geen wonder dat zodra Salomo dood was Syria zich zelfstandig verklaarde en er een burgeroorlog uitbrak tussen Juda en Israël. Israël won. De tien in twaalf provincies verdeelde stammen scheidden zich af.

De Bijbelse auteur schrijft dit allemaal op tijdens de ballingschap, toen ook Juda als koninkrijk van de kaart verdwenen was. De opkomst van het koninkrijk van David is met David begonnen; de ondergang onder Salomo die toch zo beroemd was om zijn wijsheid.

 

2)        Salomo is echter niet beroemd geworden om zijn wijsheid zoals door Jezus Sirach omschreven: het naleven en leren van Gods geboden. Hij was beroemd, omdat hij verstand had van  flora en fauna en omdat hij een veelschrijver was. Hij schreef hij 3000 fabels (parabolè) en 5000 psalmen (1 Koningen 4.21-34). Bovendien kon hij  elk raadsel (enigma) oplossen. Voor die vorm van verstand kwam een koningin helemaal uit Sheba naar hem toe (1 Koningen 10.3). Zij kwam zijn verstand testen, niet zijn kennis van Gods geboden. Hij had zelfs meer verstand dan welke vorst dan ook. Hij was de slimste mens van de wereld. Als hij nu geleefd had zou hij elke TV quiz waar ook ter wereld glansrijk gewonnen hebben. Een populaire , internationale  TV persoonlijkheid.

 

3)       Tot slot. Salomo had God niet lief.  Hij liet namelijk de afgoderij toe van de goden die zijn vele vrouwen hadden meegebracht (1. Koningen 11.1-10). Wat hem betreft mochten de timmermannen zoveel afgodsbeelden snijden als het volk wilde. Hij luisterde naar de stem des volks niet naar de stem van God. God heeft Salomo  nog zo gewaarschuwd. Als hij de altaren niet weg doet, zal IK Israël na jouw dood in twee stukken scheuren en jouw zoon slechts  het kleinste stuk laten behouden.  Salomo was echter niet bereid om de woede van zijn buitenlandse vrouwen en van zijn volk op de hals te halen door de heiligdommen op te blazen.  Salomo heeft bij zichzelf gedacht: Klets maar raak, God. Het zal mijn tijd wel duren. Na mij de zondvloed. En die kwam dus.

 

Salomo is willens en wetens bereid geweest zijn zoon op te zadelen met een burgeroorlog die wij in onze tijd een afscheidingsbeweging zouden noemen. Tien stammen van Israël waren de uitbuiting van Salomo meer dan beu. De Arameeërs ook.

Toch kan ik Salomo wel begrijpen. Kom als politicus niet aan heilige koeien! Dat kon je toen beter niet doen, maar vandaag de dag evenmin. Neem bijvoorbeeld vliegtuigen die ons milieu aantasten met hun mateloze CO2 voetprint. Ik moet de eerste minister nog zien die zijn volk bij wet verbiedt het vliegtuig voor vakantiedoeleinden te  gebruiken. Na ons de zondvloed. Zo dacht Salomo er ook over.

Maar toch ….

Waarom werpt de bijbelschrijver zulke onterende smetten op het  stralende blazoen van een koning  die sinds mensenheugenis in woord en beeld zonder enig commentaar vereerd is om zijn wijsheid?  Zo kom ik dan toch op het verhaal waarmee Salomo zich zijn spreekwoordelijke  wijsheid heeft verworven: het Salomo’s oordeel (1 Koningen 3.16-28).

 

De setting is curieus en verdacht. Meteen na zijn gebed om wijsheid en zijn optreden als Priester-koning (mag ook al niet) richt Salomo een feestmaal aan voor al zijn ministers. Zij liggen aan, zoals men dat toen deed en doen zich te goed aan de gemeste ganzen, de damherten etc.. Je ziet het voor je. Tijdens dit staatsbanket komen twee hoeren de lol verstoren - nota bene representanten van de door de HEER verafschuwde tempelprostitutie - want hoeren maakten toen deel uit van heidense vruchtbaarheidsrituelen. 

Salomo neemt niet de moeite om op de rechterstoel te gaan zitten. De ene hoer zoekt haar recht,  omdat de andere hoer haar kind als het hare claimt ter compensatie van het kind dat zij heeft doodgedrukt. Hak het in tweeën luidt Salomo’s bevel en verdeel het dode kind onder die kijvende wijven. Wat kan hem dat kind en die ruziënde hoeren schelen. Hij wil doorgaan met wat op zijn bord ligt. De beul staat al klaar. Snelrecht is onrecht.

Ik hoor u al protesteren. Ook ik ben te snel in mijn oordeel. Salomo wil met zijn oordeel testen wie de ware moeder is. Dat heb ik ook altijd gedacht. Tot ik de biografie van Salomo van begin tot eind bestudeerd had inclusief alle onwelgevallige informatie.

De heldin van het verhaal is de echte moeder. Zij protesteert en eist van deze supermachtige koning dat hij haar kind levend aan de andere vrouw geeft. Wat betekent dit nu?

In dit verhaal is de heidense hoer de illustratie van nog een spreuk van Jezus Sirach: God heeft alle mensen bij hun geboorte wijsheid meegegeven - ook de heidenen. Een soort moreel kompas.  De hoer  heeft haar van God gegeven wijsheid gebruikt. Zij is wijs. Het is beter dat haar kind blijft leven dan dat het sterft en staat het daarom  af. 

Zij past dus  toe wat Jozef  gedaan heeft met Maria: hij spaarde het leven van Maria, die hem zeer lief  was en wilde haar daarom verlaten; de hoer wil haar eigen kind  dat zij zeer lief heeft, sparen door het af te staan.  Jozef en de hoer deden dat uit barmhartigheid.  

Ik kan het ook zo zeggen: Jozef en de hoer representeren wat in de context van de Bijbel wijsheid is: barmhartigheid is de ultieme vorm van rechtvaardigheid waarbij een leek in opstand komt tegen het heersende gezag en een rechter de wet opzij zet om een leven te redden; of zoals Jezus in een parabel leert: een verloren zondaar haal je ook op de sabbat uit de put. Dat is wat Jezus bedoelt in de Bergrede als hij zijn leerlingen  beveelt rechtvaardiger te zijn dan de traditionele leiders van het volk (Matteüs 5.20). Zij moeten barmhartig zijn in hun oordeel en desnoods de wet opzij zetten. Anders kunnen zij geen leiders van het koninkrijk der hemelen zijn.

Hoe kan ik weten dat Salomo niet heeft willen uitvinden wie de echte moeder is? Dat bewijst het Salomo’s oordeel zelf. Het wereldberoemde oordeel is een parabel die Salomo die zelf wel 3000 parables geschreven heeft zou moeten herkennen om er van te leren. Maar zo slim en verstandig was Salomo niet.

De Bijbelse auteur houdt Salomo en de Judese ballingen in Babylon namelijk een spiegel voor. Hij helpt hen, en dus ook ons, een oordeel te vellen over Salomo. Ik vraag u:

Op welke moeder lijkt koning Salomo als God hem aankondigt dat Hij Israël in twee stukken zal hakken, indien hij weigert de heidense tempels af  te breken ?

Ik vraag u: Had Salomo zijn volk lief?

Ik vraag u: Op wie lijkt Jezus? Op koning Salomo of op  die wijze moeder die niet tot het volk van God behoort?  

Jezus had zijn volk lief en was zelfs bereid ervoor te sterven. Dat is de wijsheid van Jezus. Maar de wereld noem die vorm van wijsheid dwaasheid.

Jezus heeft de moed gehad om barmhartig te zijn. Niemand minder dan Rembrandt heeft dat begrepen.

In zijn zogenoemde 100 gulden prent staat Jezus in de grot van Plato. Plato zegt dat niemand de waarheid kan kennen. Rembrandt laat zien dat ieder de ware wijsheid kan kennen. In de grot - de wereld der mensen - is een groot licht  - de Thora - dat voluit op Jezus valt. Hij reflecteert Gods Geboden - de wijsheid. Maar hij leunt op een halve pilaar met daarop zijn mantel. Een halve pilaar is beeldtaal voor de universele deugd Moed (Fortitudo); de mantel (de liefde) is beeldtaal voor de bijbelse deugd Charitas, dat barmhartigheid betekent - barmhartig zijn ook als  het gezag of de wet dat verbiedt.

Wat is Wijsheid? De moed om barmhartig te zijn. Dat is wijsheid in de context van de Bijbel.