Preek 31 juli 2011

 

Ambitie en dienstbaarheid
Preek over Marcus 10:35 – 52
Paaskerk, zondag 31 juli 2011
ds. Th. de Kok

Hij was een ‘heer van stand’, had een vooraanstaande positie in het publieke leven, werd gewaardeerd om wie hij was en wat hij presteerde. Een mens met gezag en aanzien. Uiterst ambitieus.

Zo kenden de mensen hem.

Bij hem kon je denken aan psalm 8:

        De mens, U hebt hem bijna goddelijk verheven,
        Een kroon van eer en heerlijkheid gegeven,
        Gij doet hem heersen over zee en land,   
        Ja, al uw werken gaf Gij in zijn hand.   

Totdat de terugslag zich aandiende.

Zijn vrouw overleed plotseling, hij bleef kinderloos achter. Ging vervroegd met pensioen.

Meer en meer kwam de vraag bij hem boven naar de zin van zijn jachtig bestaan.

Waarvoor had hij zich zo ingespannen? Wat had hij met zijn eerzucht bereikt?

Waren de jaren van jagen naar ‘meer-en-beter’ niet veel te bepalend geweest voor zijn welzijn en geluk?

Als ik hem bezocht ontroerde me de kwetsbaarheid van deze mens.

Naar buiten bleef hij de heer van stand, strak in het pak, wat autoritair in de omgang.

Maar met de vraag naar de zin van zijn leven bleef hij worstelen.

De herinnering aan deze man hield me bezig bij de Bijbellezingen en de voorbereiding voor vandaag.

De evangelist Marcus bepaalt ons, in één adem, bij twee gesprekken die Jezus voerde onderweg van Jericho naar Jeruzalem.

Een gesprek met twee volgelingen van het eerste uur en een gesprek met een blinde man, even buiten Jericho, die na zijn genezing besloot, als laatkomer, Jezus te volgen.

Twee uitersten.

De eerste twee hebben ervaring in het volgen van Jezus. Zij zijn geroepenen, rechtstreeks uitgekozen. We denken aan Jezus roep op het strand:”Johannes en Jacobus, volg mij”. En ze lieten alles achter zich, bouwden mee aan een nieuwe toekomst. Twee betrouwbare en ambitieusejongemannen van goede komaf.

Genoeg reden om, als het zover was, voor een ereplaats in aanmerking te komen.

Ze weten dat iedere koning op zijn troon twee ereplaatsen te vergeven heeft. Links van de majesteit, een mooie plaats, en rechts. Dáár gaat het om; rechts zit de uitvoerende macht!

Zegt de belijdenis niet van Jezus: …’zittende aan de rechterhand van de Vader, vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden?

“Meester, wanneer u heerst in uw glorie, laat een van ons dan rechts van u zitten en de ander links”.

Maar Jezus doet niet aan zetelverdeling.

“Dat bepaal ik niet,” zegt Hij.

Verzoek afgewezen. De carrière blijft op de tocht staan. Jammer.

Deze twee zonen van Zebedeus kan ik waarderen. Het zijn doorzetters. Ambiteus en heren van stand.

Aan zulke mensen hebben we behoefte?

Elk jaar sneuvelen studenten door een tekort aan ambitie. Ouders sporen hun kinderen aan om te presteren.

Johannes en Jacobus zijn jongemannen om trots op te zijn. Maar toch…

Ondertussen gaat de stoet, al pratend, verder. Jericho komt in zicht, de Palmstad.

Er zit een man langs de kant van de weg, zomaar tussen het straatvuil.

Een naam van zichzelf heeft hij niet; hij moet het doen met de naam van zijn vader.

Bar betekent ‘zoon, zoon van Timeús.

“Hoe heet je”, zal iemand vragen en Bartimeús zal antwoorden:”Geen idee, maar mijn vader is Timeús”, dat moet voldoende zijn.

Zoals vroeger op het dorp waar mijn ouders opgroeiden. Als ik er logeerde en om een boodschap werd gestuurd, werd ik in de winkel voordat ik iets kon zeggen eerst getaxeerd.

“Van wie ben jij er eentje?”klonk het van achter de toonbank.

“Ik ben er eentje van Piet en Ploon”. Dan zag ik ze denken.

“Juist ja, van Piet en Ploon. En jochie, wat mag het zijn?”

Mensen zonder naam, onbeduidend, onaanzienlijk, onbelangrijk.

Bovendien is de man-zonder-eigennaam blind. Dat betekent dat hij nooit precies weet wie hij voor zich heeft,  vriend of vijand. Een eenzaam bestaan.

De volgelingen van Jezus taxeren de blinde, nemen hem de maat en lopen voorbij.

Maar, dat straal voorbijlopen accepteert hij niet

“Heer, hier ben ik”. roept hij en hij weet hoe hij het moet zeggen: Kyrie Eleison.

       Heer, ontferm U over mij,

       Open uwe vaderarmen,

       Stort uw zegen over mij,

       Neem mij op in uw erbarmen.

De zoon van Timeüs grijpt de laatste strohalm en schreeuwt. Hij verkeeert in verhoogde staat van paraatheid

De omstanders snauwen dat hij zijn mond moet houden, zij zien hem als een stoorzender.

Een mens die zijn stem verheft is hinderlijk.

Dat ervaren alle mensen die opkomen voor hun rechten. Denk aan Syrië, Libië, China. Daar komen deze mensen zelfs onder vuur te liggen.

Jezus staat stil, hoort het geruzie en roept de zoon van…naar zich toe.

“Wat wil je dat ik voor je doe?”

Vreemde vraag. De man is blind, wat zou hij wensen?

Maar de blinde is opgelucht. Eindelijk iemand die niet van te voren zijn verlangen al heeft ingevuld.

“Rabboeni, mijn meester, dat ik weer kan zien”.

Uit het stof langs de weg staat hij op, ziet zijn meester en wordt volgeling van Jezus.

Zomaar in zijn bedelaarsplunje; een vreemde eend in de bijt.

Wat moeten de zonen van Zebedeüs met deze meeloper?

Een man zonder naam, zonder ambitie…

Dan herinneren ze zich Jezus’ woorden: “wie de eerste wil zijn moet dienen, want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om re dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen”.   

Dan wordt het stil in de groep.

Ondertussen: welke keus maakt uzelf, vandaag 31 juli?

Ik wil niet over het hoofd gezien worden, ik wil meetellen als volgeling van Jezus. Ik ben een beetje ‘heer van stand?’ Maar hoe geef ik vorm aan het dienen?

Als kerkgemeenschap houden we van elkaar. Maar met al onze ambities, inzet en trouw wil Jezus alleen dat we hem en elkaar dienend volgen. Een andere methode is er niet.

We kijken nog even om als Jezus verder gaat. De stoet van volgelingen wordt langer en langer.

En de zoon van Timeüs loopt tussen Johannes en Jacobus in. Hij knipoogt naar de zon.

Nog één vraag houdt me bezig:

Wie mag zitten aan de rechterhand van Jezus?

     Is het Petrus?

          Jazeker zegt het Vaticaan

     Is het Johannes of Jacobus?

          Jazeker zegt vader Zebedeüs

     Is het Luther of Calvijn?

          Ja, zegt de professor kerkgeschiedenis.

of… zou het Bartimeüs zijn?

Amen