Preek 8 mei 2011

In hem leven wij, bewegen wij, zijn wij
Preek over  Handelingen 17: 22 - 28
Paaskerk Baarn, 8 mei 2011
Ds. C. Kruijswijk Jansen

”Geef mij je angst, ik geef je er hoop voor terug”. Het is een tekst van André Hazes, Syb van der Ploeg zingt het als slot van The Passion. Op Witte Donderdag werd The Passion, het lijdensverhaal van Jezus, uitgevoerd op de grote markt van Gouda, met de kerk als middelpunt. Het slot is dat Syb van der Ploeg als een gekruisigde Christus op de toren zingt “Geef mij je angst …” Het boeiende van The Passion is dat er bestaande popsongs worden gebruikt om het lijdensverhaal diepte van beleven te geven, liedjes die raken, die aansluiten bij een oeroud religieus besef.

Een paar weken eerder beleefden we datzelfde in de jeugddienst, waarin jongeren van onze kerk vertelden wat muziek met hen deed. We hoorden een popsong van justin Bieber, een rap van Lange Frans, pianomuziek van Chopin, en iedere keer vertelden de jongelui wat hen raakte. Ze vertelden over dat oeroude religieuze besef dat diep in hun ziel verborgen zit.

De Duitse theoloog Carl Rahner heeft eens gezegd dat ieder mens op God gericht is, ook diegene die dat niet beseft. Een mens is een onopgeefbaar religieus wezen. Dat betekent ook dat je geloof niet hoeft over te dragen. Hij spreekt daarover in verband met geloofsoverdracht. Geloof draag je niet over, nee, geloof roep je op. Het is er immers al! Je moet je dat alleen nog bewust worden. Hij gebruikt het beeld van de vroedvrouw. Wat komt een vroedvrouw doen: niet een kindje brengen. Nee, ze komt een kindje halen: het is er al, maar het moet nog tevoorschijn komen. Ons overleden gemeentelid ds Piet Suurmond had daar een mooi woord voor bedacht: ‘tevoorschijn geloven’: dat wat al in je zit, gelooft God tevoorschijn. Het is ook de kracht van de kloostergemeenschap in Taizé, waar tegen jongeren gezegd wordt: Jij bént een gelovig mens, jij bént de moeite waard, laat dat toe!

Vandaag zingen we liedjes uit de pas verschenen bundel ‘Licht, 100 liedjes voor iedereen’, van Coot van Doesburgh. Liedjes zijn het die aasluiten bij dat oeroude religieuze besef van ieder mens. Het woord God tref je er niet in aan, toch raken de melodie en de woorden je in je religieuze laag. Het is een project dat ontstaan is uit een behoefte om samen te zingen. Bij trouwerijen en begrafenissen komt aan het licht dat de geloofsbeelden zo uiteen gaan lopen. De ene helft van de zaal kan zich vinden in de bestaande geloofsvoorstellingen, de gestolde godsbeelden, de andere helft van de zaal voelt zich daarvan vervreemd. Toch is er de behoefte om samen te zingen en onder woorden te brengen wat je raakt en voelt. Aan Coot van Doesburgh is toen gevraagd om bestaande liederen met ijzersterke melodie te herschrijven of van nieuwe teksten te voorzien.

We zingen er deze ochtend een paar. Voor de dienst begonnen we met het gebedslied “Geef me even stil de tijd”, een vraag om concentratie en aandacht. In het aanvangslied komen de woorden voor: “Ik moet vertrouwen leren: te doen, te staan, te gaan”. Dat heeft te maken met toevertrouwen, jezelf uit handen geven. Als Kyrië zongen we “Blijf dicht bij mij”, een vraag aan God en, zoals  afgelopen week op de bijbelgroep  werd gezegd, evenzeer een vraag aan je beste vriend of buur als je alleen achterblijft. Als Gloria zongen we”Alles komt opnieuw tot leven, als een vogel uit zijn as”. Het is het motief van de lente die ieder jaar terugkeert, en van de feniks die uit zijn as oprijst. Dit motief vinden we ook terug op de nieuwe paaskaars van dit jaar. Als slotlied zullen we straks de melodie zingen van “De Heer is mijn herder”, maar nu met de woorden “Het licht zal mij leiden”.  We zongen afgelopen donderdag een paar van deze liederen. De ene bleek meer aan te spreken dan de andere, dat gaat altijd zo met liederen. M

In het boek Handelingen staat een passage van Paulus, waar iets dergelijks gebeurt, dat Paulus woorden gebruikt en aansluit bij het religieuze besef van de mensen in Athene. Hij raakt aan het religieuze oergevoel als hij zegt: “In hem leven wij, bewegen wij, zijn wij. Of zoals ook enkele van uw eigen dichters hebben gezegd: “Uit hem komen ook wij voort”.” U moet zich voorstellen dat Paulus door Athene loopt en dan stuit op een godenbeeld met het opschrift: “voor de onbekende god”. In die stad die al vol staat met godenbeelden is de verwijzing naar de onbekende god het besef dat er meer is tussen hemel en aarde dan wat voorhanden is. Het raakt aan de kleinheid en de nietigheid van de mens ten opzichte van het alles overstijgende geheimenis van het leven. Je vindt dat ook in Psalm 8, waar de dichter zich verwonderd afvraagt wie hij dan wel is: “Zie ik de hemel, het werk van uw vingers, de maan en de sterren door u daar bevestigd: wat is dan de sterveling dat u aan hem denkt, het mensenkind dat u naar hem omziet?” De sterrenhemel roept een diep religieus besef bij je op.

Paulus sluit daar bij aan en benoemt wat diep in hem leeft: “U vereert wat u nog niet kent”. Wat/wie u vereert noem ik God, schepper van de wereld, heerser over hemel en aarde, God die de mens tot aanzijn roept. In zijn handen leven wij. Het is Gods bedoeling dat u hem zoekend en tastend zult vinden, of zoals jullie dichters al lang en breed gezegd hebben: “Uit hem komen wij voort”. Ik denk dat we beseffen moeten dat Paulus woorden maakt voor dat diepe religieuze besef: “Ik noem hem, die jullie misschien een andere naam geven, God. Maar besef wel: u vereert wat u nog niet kent”.

Fascinerend vind ik dat Paulus er hier niet op uit is om mensen om te turnen, om ze te bekeren zodat ze anders worden, maar dat hij ze oproept om zich bewust te worden van dat diepe religieuze oergevoel: besef wie je bent, besef dat er goud in je zit: Hij die ik God noem: in hem leef je, beweeg je, ben je! Jij bent een waardevol mens, jij bent een kind van God. Misschien besef je dat nu niet, maar je zult het zien en ervaren!

Voor Paulus is hét aanknopingspunt voor dit diepe religieuze besef van het geheimenis van het leven de opstanding van Jezus. Dat raakt hem diep, heeft hem helemaal ondersteboven gehaald en bemoedigd. In de opstanding van Jezus ziet hij de hand van God. Jezus die door mensen is gemarteld en gedood aan het kruis, is door God opgewekt uit de dood. Dat betekent dat God ongedaan maakt wat mensen hebben kapotgemaakt. Wat jullie stukmaken, of ontkennen, of niet durven geloven: dat maakt God ongedaan. Hij gelooft in jullie!! Hoe klein je ook bent, hoe zwak ook, je wórdt bevestigd, je mag léven! En hoe je dat ook noemt, ik noemt hem God.

Sommigen beamen Paulus, anderen keren hem de rug toe. Het gaat hem er niet om om te overtuigen, maar om te ontdekken wat al lang voorhanden is: we leven vanuit een oeroud religieus besef, vanuit een goddelijk bestaan, immers: in hem leven wij, bewegen wij, zijn wij. Dat mag tevoorschijn komen.

“Geef mij je angst, ik geef je er hoop voor terug”: deze woorden van André Hazes zouden zo in de bijbel kunnen staan.

Amen.