Preek 30 januari 2011

Het omarmend oergevoel doet leven
Preek over  Exodus 20: 1 - 17 en Mattheüs 5: 1 - 12
Paaskerk Baarn, 30 januari 2011
Ds. C. Kruijswijk Jansen

”Heb je al met God gepraat?”, dat kunnen wandelaars aan elkaar vragen onderweg naar Santiago de Compostela. Zo’n pelgrimstocht maak je om weg te zijn uit je drukke bestaan, om op adem te komen, om je te bezinnen op je leven, op wie je bent, om te zoeken naar zin en samenhang, zoeken naar God. Hape Kerkeling, de Duitse Paul de Leeuw, maakte de tocht, rukte zich los uit z’n drukke bestaan en ging op weg. Hij schreef er een boek over met de titel “Ik ben er even niet”. “Heb je al met God gepraat?” Ook hij zoekt. Als hij 21 dagen op weg is, gebeurt het. Dan ervaart hij iets dat hij omschrijft als praten met God. “Vandaag is het gebeurd”, schrijft hij, iets van samenhang, een gevoel van harmonie, er mogen zijn.

Het is het besef dat je niet alleen bent, dat er iets aan jou vooraf gaat. Een besef dat je gedragen wordt. Soms overkomt je dat. Ik had dat tijdens een eucharistieviering in een werkkamp in Frankrijk, waar ik met andere jongeren uit Europa een buurthuis bouwde, dat gevoel dat je geborgen bent, omvangen door iets groters, door God. Je kunt dat ook hebben bij de geboorte van een kind, dat wonder van een klein mensje, of als je in het hooggebergte bent, in de overweldiging van de natuur. Het is als een ‘omarmend oergevoel’, zeiden we deze week tijdens de Thomasgesprekken. Mooi woord is dat, ‘omarmend oergevoel’, iets dat je omvangt, waarin je je geborgen voelt, God. Iemand noemde het een hangmat, waarin je je thuis kunt voelen en geborgen. God als hangmat.

Ik zat bij iemand die het moeilijk heeft, ik wist niet zoveel te zeggen. Ik sprak een gebed uit waarin ik het verlangen naar aanwezigheid onder woorden bracht, “Laat uw zegen merkbaar zijn”. Er wérd iets merkbaar van vertrouwen van aanwezigheid. Er gebeurde wat de dichter van Psalm 139 onder woorden brengt. De psalm waarin gesproken wordt van God die je nog beter kent dan jij jezelf zou kunnen kennen. God kent je al voordat je in de moederschoot wordt geweven. Ik moet daar altijd bij denken, dat Hij je dus ook nog kent lang nadat je er niet meer bent. God die vóór je uit is, en ná je komt, die je omvat! Het brengt mensen ertoe om te zeggen: “Ik heb niet God uitgekozen, hij heeft mij gevonden”, “Geloven is niet mijn verdienste, maar in pure genade heeft God mij verkozen”.

Je dat ‘verkiezen’ al in het Oude Testament. Als de Tien Woorden klinken, de regels over het samenleven in het land, de wegwijzers naar het leven, de fundamentele beginselen voor een leefbare samenleving, als die klinken, klinkt eerst dat God gekozen heeft: “Ik ben de HEER, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd”. Vooraf aan het leven word je gezegd: “Ik heb je bevrijd uit het doodsland”. Dat is de basis van Israëls geloofsbelijdenis: aan ons leven gaat God vooraf, als een omarmend oergevoel, als basis, als fundament waarin je kunt rusten. Er móet van alles in het leven, kán ook van alles, want vooraf klinkt: Ik heb voor jou gekozen. Dat inspireert, geeft moed en troost.

Dat God voor jou kiest, is een patroon in de Bijbel. Je vind het ook in de Bergrede, die uitspraken van Jezus die door de evangelist Mattheüs worden samengebracht in één grote redevoering door Jezus op de berg. Dat je je vijanden moet liefhebben, en als iemand je een slag op je wang geeft, je hem ook je andere wang moet toekeren, en als iemand je dwingt om één mijl mee te gaan, dan twee met hem te gaan, en als je twee jassen hebt, er één moet geven aan iemand die het koud heeft. Als die zingevingen om het leefbaar te maken in het land worden vooraf gegaan door wat we noemen ‘de Zaligsprekingen’.  Eerst word je zalig gesproken, ‘gelukkig’ staat er in de Nieuwe Vertaling, misschien wel om te voorkomen dat we denken pas in het leven na dit leven zalig te kunnen worden. Gelukkig ben je, dat klinkt vooraf aan de regels van het leven. Eerst: ‘Ik heb voor jou gekozen’, dan pas ‘doe er wat mee’. Ik heb de Zaligsprekingen voor u vertaald:

- Je kunt nog zo weinig voorstellen, je niet beroemen op kennis, op wat dan ook; al ben je NIETS in de ogen van een ander: GELUKKIG mag je zijn voor God; voor Hem ben je alles

- Hoeveel je ook lijdt aan de wereld, aan alles wat kapot gaat en het niet redt, aan wat JOU wordt aangedaan: TROOST omvangt jou; je bent niet alleen

- Al zit je in de hoek waar de klappen vallen, en voel je je zo ontzettend kwetsbaar en verloren: je stáát met je voeten in een Omarmend Oergevoel, je wórdt gedragen

- Het kan zó ver weg zijn dat jou RECHT wordt gedaan: jouw verlangen naar RECHT is niet tevergeefs: je zál Recht gedaan worden, je zúlt tot je Recht komen

Jezus spreekt mensen moed in die niets hebben in te brengen. Hoe moeizaam het leven ook zijn kan, God gaat voor je uit. En dan kún je ook wat, als je daaruit leeft, dan straal je iets van God uit:

- Áls je Hart hebt voor mensen, áls je barmhartig bent voor anderen: dan zul je Barmhartigheid tegenkomen op jóuw weg in het leven

- Áls je je hart op de juiste plaats hebt, als je eerlijk bent en oprecht: dan zul je iets van God zien, dan ontstaat  er RUST en RUIMTE

- Áls je naar vrede zoekt, naar Vergeving en Verzoening, dan zul je iets uitstralen van God, dan word je herkend als zijn kind

- Als je alles op het spel zet voor de rechtvaardige zaak, als je opkomt voor wie in de verdrukking zit, al word je daarvoor vervolgd: het brengt je heel dicht bij God.

Zo geeft Jezus mensen moed, en troost met God die ons draagt. Vandaag gaat het over God, onze oergrond, Hij die ons draagt. Misschien is het wel het moeilijkste onderwerp. Is er wel een God? Wie is God? Waar is God? De afgelopen week voerden we boeiende gesprekken in de Thomaskring. Iemand zei: “Ik ben opgevoed met God, het leek allemaal zo vanzelfsprekend. Nu ik ouder word, vraag ik me af: is het ook zo? En toch laat het me niet los!” Ik ken dat wel, dat ik niet zo goed weet hoe ik verder moet. Maar als ik het dan waag om toch iets te zeggen, en al tastend iets onder woorden breng, zoek naar het merkbaar zijn van God, dan gebeurt er iets, iets heilzaams.

In de Thomasgesprekken gaat het deze weken over twijfel. Een vrouw zei deze week: “Ik twijfel eigenlijk altijd. Ik weet niets van God. En toch vind ik dat woord “omarmend oergevoel” heel mooi, daar voel ik wat bij”. Zij sprak toen van “hangmat”, Omarmend oergevoel als een hangmat, waarin je geborgen bent, die je draagt. Ik vroeg haar: “Durft u dat God te noemen? Durft u een naam te geven aan dat omarmend oergevoel? God als hangmat?” Mooie vergelijking eigenlijk, God als hangmat. Ik ben ervan overtuigd dat, als je God zo durft te benoemen, je heel dicht zit bij wat de Bijbel over God zegt, God aan wie Jezus een stem geeft in  zijn omgaan met mensen.

Soms, als je het aandurft om écht toe te laten dat je het niet weet, soms ontstaat er dan pas de ruimte en de rust, die duiden op iets van God, zomaar zonder woorden. Vandaag gaat het over God, het omarmend oergevoel dat doet leven. Hij draagt ons, in het boek Deuteronomium lezen we dat zijn eeuwige armen onder  ons zijn. Hij is voor ons uit en achter ons aan, Hij is om ons heen. Hij heeft voor ons gekozen. God als omarmend oergevoel doet ons leven.

Amen.