Terugkeer en overgave

We maken het allemaal mee. Loslaten van geliefden, van vader, moeder, partner, door de dood. We komen er ook zelf mee in aanraking. Het leven is eindig. Het zal ons eens overkomen. Hoe gaan we daar dan mee om? Of anders: op welke wijze kunnen we daar nu naar kijken? In de Bijbel is een verhaal te vinden over Elia en Elisa wat mij helpt, troost en bemoedigt.

Terugzien

Elia, de profeet, is aan het eind van zijn leven en overziet alles. Hij kijkt terug. Zoals elk mens momenten heeft om om te zien. Wat is wezenlijk voor je? Wat bezwaart je? Wat is je schuld? Hoe wil je verder? Is er een nieuw begin? Voor al dit soort vragen is het goed terug te keren, naar jezelf, naar de bron van leven.

Hoe ver hebben wij soms te gaan om ons zelf te vinden, om leren los te laten, om je te oriënteren op een nieuw begin?

Elia gaat voor zijn afscheid van het leven, afscheid ook van zijn roeping als profeet, de weg terug. In de Bijbel ( 2 Koningen 2:1-14) wordt die weg beschreven. Het is – zegt het verhaal – de dag dat De Ene Elia zal meenemen naar de hemel. Daarvoor moet hij de weg terug gaan, de weg gaat vanuit Gilgal, via Bethel en Jericho tot aan het Jordaanse. Bijbelse geografie is theologie. Niet Gilgal is een nieuw begin, daar vroeg Israël om een koning zoals de volken. Niet Bethel, waar Saul tot koning wordt geroepen. Niet in Jericho is een nieuw begin, een stad van muren. Nee, Elia heeft de weg terug te gaan naar waar Mozes stierf, weer terug naar de Thora, naar de woorden over de weg in de woestijn.

Terug naar af dus. Terug naar waar het begonnen is, waar Mozes stond en uitkeek over het beloofde land en Jozua de opdracht kreeg met die woorden het nieuwe land in te gaan. Het is echt een terugkeer. 

Elia, komt via Gilgal, Bethel en Jericho bij de Jordaan en steekt over. Hij gaat door het doodswater naar het nieuwe leven. Hij daalt, – zegt de tekst letterlijk – af, maar ook figuurlijk, terug naar de bron, terug naar God. Met zijn mantel slaat hij op het water en als Mozes vindt hij een weg door het water, samen met Elisa, zijn leerling. En Elia vindt daar een open hemel. Hij geeft zich over aan God. Hij wordt opgenomen in een hemels verband en ervaart wat hij heel zijn leven al voelde: de geborgenheid bij God. Een goddelijke intimiteit. 

Elia durft los te laten: hij doet zijn profetenmantel uit. Het is goed geweest, het is voorbij. Hier ben ik, God! 

De weg vooruit

Zo hoor ik het ook af en toe zeggen als ik mensen spreek die beseffen dat hun einde nabij is. Terugkijken en dan de mantel uit doen. De mantel van liefde die je steeds ervoer, de trouw die er was, de mantel die je voelde als je aan God dacht. Die mantel kan uit, Elia, een mens van voorbij. Hij geeft zich over aan God. Hij legt zijn taak neer. Een overgave ten voeten uit!

En Elisa staat daar aan de overkant van de Jordaan, alleen. Waar is Elia? De mantel van zijn meester ligt op de grond. Hij pakt de mantel op, loopt er mee naar de Jordaan, en doet wat hij zijn meester zag doen: hij slaat er mee op het water en er ontstaat een weg terug, naar de overkant. En daar begint zijn taak.

Er is een weg terug. Nee, een weg vooruit, toekomst.

Zo vinden Elia en Elisa hun bestemming door te vertrekken, afscheid te nemen, terug te keren naar de bron, af te dalen, los te laten. En opnieuw te beginnen.

Elia vertrekt, maar Elisa ook weer. Naar een nieuw begin. De toekomst ligt open! 

Ik vind het een ontroerend mooi verhaal over dood en leven. En zo passend als wij binnenkort de namen noemen van hen die ons voorgingen. Of als wij voor ons zelf de namen van geliefden gedenken, mensen die we missen.